In David Bowie's Berlijn: Hoe De Stad Transformeerde Door Zijn Muziek

Zonder Berlijn was David Bowie’s muziek niet hetzelfde geweest. De jaren dat Bowie er woonde aan het einde van de jaren zeventig vormden niet alleen een keerpunt voor hemzelf, maar ook voor de nummers die hij schreef en opnam.

We hebben onlangs onze nieuwe store in Berlijn geopend en nodigden Tony Visconti, Alison Goldfrapp, Gudrun Gut en Michael Rother uit om herinneringen op te halen aan David Bowie’s beroemde Berlin Trilogy en terug te kijken op de lang doorwerkende invloed op het culturele landschap van de stad.

David Bowie’s nummer “Heroes” zwelt aan als een uit volle borst gezongen volkslied. Het is opgenomen in de beroemde Hansa Studio’s in Berlijn op enkele meters van de Berlijnse Muur en heeft zijn sporen nagelaten in de grooves van popcultuur en rockmuziek uit die tijd, maar beïnvloedt ook nog steeds de hedendaagse hitlijsten. “Heroes” begint als een zwaar gefluister begeleid door stevige akkoorden, Bowie’s stem breekt bijna als hij zijn liefde uitspreekt: “I can remember standing by the wall and the guns shot above our heads and we kissed as though nothing could fall.” Het is een lied dat een leven samen verbeeldt, geschreven in een tijd en op een plek die werd getekend door een scheiding; het is een lied over het vechten voor de mogelijkheden van de toekomst: “We could be heroes just for one day.”

“Het gevoel van het nummer was belangrijker dan de tekst, maar de tekst was episch,” zei Alison Goldfrapp van electropopduo Goldfrapp onlangs op het Bowie Song Stories-evenement in de nieuwe Sonos-store in Berlijn.

Goldfrapp was een van de vijf vooraanstaande sprekers die waren uitgenodigd om een persoonlijk verhaal te delen over een nummer van Bowie’s trilogie van albums die zijn geschreven en uitgebracht toen hij in Berlijn woonde. Toen “Heroes” werd uitgebracht was Goldfrapp een tiener en woonde ze in een slaperig dorpje in Zuidoost-Engeland en was Bowie net verhuisd naar West-Berlijn, op zoek naar respijt.

Na tien jaar in de spotlights te hebben gestaan als Ziggy Stardust en The Thin White Duke stond Bowie op het punt van instorten, hij was ten prooi gevallen aan de verleidingen van de rock-‘n-roll-lifestyle van Los Angeles. Een verwoestende relatie met cocaïne beschadigde Bowie inderdaad in artistiek en ideologisch opzicht, en de naweeën van zijn verslaving leidden tot grillig gedrag.

“Toen ik “Heroes” voor het eerst hoorde, was het alsof ik mijn hoofd uit het raam van een hele snelle auto stak. Het ging om ontsnappen – het idee dat je kon zijn wie of wat je maar wilde zijn.”

“Ons contact verwaterde, omdat hij die film The Man Who Fell to Earth maakte en hij Station to Station in de avonduren deed en dus de hele nacht opbleef. Hij nam amper een uurtje slaap – hij werkte zichzelf een burn-out,” zei oud-Bowie-producer Tony Visconti, die pasgeleden een Grammy won voor zijn werk aan de postume Bowie-release Blackstar. “Er was een flinke hoeveelheid van bepaalde opwekkende middelen nodig om de hele nacht op te blijven.”

De legendarische producer en Bowie-medewerker vertelde verder: “Hij kwam naar Europa om nuchter te worden. Hij moest gewoon op tijd naar bed gaan. Hij begon weer te eten. Het was voor hem van levensbelang om hier te komen en een nieuwe start te maken.”

Bowie kwam in 1976 in Berlijn aan toen de stad nog een lege huls was, verwoest achtergelaten door de oorlog. “Aan de meeste huizen in Berlijn werd niets gedaan,” vertelt Gudrun Gut van de experimentele Duitse elektronische groep Malaria! “Je kon de kogelgaten zien zitten – huizen werden niet opgeknapt.”

“Berlijn is erg veranderd sinds toen, en Neukölln ook. Nu komen veel jonge mensen in Neukölln wonen, maar toen was dat niet zo,” gaat ze verder. “Gelukkig hadden we hier altijd al het nachtleven.”

Tony Visconti (L) and Alison Goldfrapp (R) talk share stories about David Bowie’s creatively formative years in Berlin during the Bowie Song Stories event at the Sonos store in Berlin.
Tony Visconti (L) and Alison Goldfrapp (R) talk share stories about David Bowie’s creatively formative years in Berlin during the Bowie Song Stories event at the Sonos store in Berlin.

Uit dat nachtleven haalde Bowie inspiratie, hij onderzocht de grenzen van geluid en experimenteerde met omgevingstexturen samen met grensverleggende muzikanten en producers, waaronder Brian Eno. Neem bijvoorbeeld ‘Neuköln’ van “Heroes”, dat hij samen met Eno schreef. De sputterende, golvende synthesizers van het nummer maken plaats voor een dreunend refrein in een mellow maar melodische sfeeropbouw. Op deze plek heeft hij een drietal albums geschreven, opgenomen en uitgebracht, dat nu bekend staat als The Berlin Trilogy: Low (1977), Lodger (1979) en, natuurlijk, “Heroes” (1977).

“Op deze platen heeft hij mijn dromen en verlangens, mijn leven vastgelegd,” blikt Gut terug. “Hij nam de grijze atmosfeer van die dagen in zich op: Low, Warschau, de muur, het sluimerende fascisme dat nog steeds bij Duitsland hoorde, de vreemde eenzaamheid van West-Berlijn, het vergeten eiland aan de Rode Zee.”

“Toen ik “Heroes” voor het eerst hoorde, was het alsof ik mijn hoofd uit het raam van een hele snelle auto stak,” zei Goldfrapp toen ze vertelde over haar jeugd in haar geboortedorp aan het einde van de wereld, dansend met hemofilische punks. “Dat verzengende, zwevende geronk van Robert Fripps gitaar en Bowie’s hunkerende, wellustige, opstandige performance gaven me op de een of andere manier een heel triomfantelijk gevoel, maar maakten me ook onverklaarbaar droevig.”

Goldfrapp gaat verder: “Het ging om ontsnappen – het idee dat je kon zijn wie of wat je maar wilde zijn op een plek waarvan je het bestaan niet eens kende.”

“Op deze platen heeft hij mijn dromen en verlangens, mijn leven vastgelegd. Hij nam de grijze atmosfeer van die dagen in zich op: de muur, het sluimerende fascisme, de vreemde eenzaamheid van West-Berlijn, het vergeten eiland aan de Rode Zee.”

“Heroes” bood inderdaad een blik op een toekomst die veel mensen zich simpelweg niet konden voorstellen tot de muur viel in 1989. De stad liep vol met nieuwe inwoners vanuit de hele wereld, en de underground clubscene leefde op door de toestroom van muzikanten, producers en mensen die op zoek waren naar een vlucht uit de werkelijkheid. De stad die ooit schuilging achter zijn zwarte geschiedenis, bloeide nu op. Er was weer economische groei en overal artistieke uitingen.

Toen Bowie overleed op 10 januari 2016, zo’n veertig jaar na zijn tijd in Berlijn, werd de stad opnieuw één, onder zijn repertoire. De stoep voor de deur van zijn oude appartement aan de Hauptstraße van Schöneberg lag bezaaid met bloemen, kaarsen en briefjes, “Heroes” klonk uit een stereo. Samen herdachten de inwoners een artiest die het aangezicht van muziek heeft veranderd vanuit de nederige, gebroken straten van Berlijn.

“Berlijn was voor hem een wedergeboorte,” zei Visconti. “En hij leidde hier een heel clean, simpel bestaan.” Weg van de spotlights van Los Angeles en weg van de verleidingen van zijn oude leven, vond Bowie in Berlijn een gevoel van rust, en een gevoel van vernieuwing. In Los Angeles was hij verloren, in Berlijn vond hij zichzelf, en vele anderen, zoals Goldfrapp, vonden zichzelf in de jaren daarna in zijn Berlin Trilogy.

“Ik wist alleen dat ik in mijn onbeduidende dorp op een dansvloer stond met een groepje punks die zomaar konden beginnen te bloeden en dan nooit meer ophielden,” zei ze, voor ze concludeerde: “Het dansen gaf je het gevoel dat je leefde, en dus wierp ik de huid af van iemand die ik niet meer wilde zijn, en danste en danste en danste ik met mijn heroes.”

Dit bericht is ook beschikbaar in: en-au da de es fr it no sv en-gb en